burn-out in Jip&Janneke-taal

Ik kan geen pap meer zeggen
Mensen die burn-out zijn zitten niet lekker in hun vel. Hun spieren zijn stijf en gespannen en bij het minste of geringste schrikken ze op. Ze kunnen geen pap meer zeggen, zo ontzettend moe zijn ze. Deze mensen wonen vooral in hun hoofd. Allerlei gedachten tuimelen door elkaar. Het hoofd is de baas en zeult de romp, armen en benen achter zich aan. De nek doet er pijn van. En de schouders lijken wel op een kleerhanger. 

Nog even dit en nog even dat
‘Nog even doorwerken zegt Janneke, dan is het klaar. Ik moet nog heel even duizendeneen dingen doen en dan ga ik lekker zitten. Maar als de dingen klaar zijn komen er weer nieuwe dingen. Zo komt Janneke nooit lekker op de bank zitten niksen. Tot haar lijf echt niet meer kan en gewoon gaat liggen. Haar lijf zegt tegen het hoofd, ‘bekijk het maar, ik doe niet meer mee met al die gekkigheid’. Ergens in haar binnenste binnenste voelt ze op haar klompen aan dat er iets niet klopt. Alleen weet ze daar geen raad mee. Dan gaat ze naar een haptotherapeut, daar had haar vriendinnetje ook zoveel aan gehad. Janneke is te moe om te praten en gaat al gauw uitgeteld op een lekkere haptobank liggen.

Zonder woorden voelen
De vriendelijke mevrouw laat met zachte handen zonder woorden voelen, toe maar, het is goed. Ik begrijp je, rust maar uit.  Als de vrouw haar voeten aanraakt kietelt het in het begin heel erg. Janneke van 37 huilt bijna nooit, maar nu biggelt er een traan over haar wang die ze gauw wegwrijft. De therapeut blijft met haar warme handen en rustige stem in de buurt. Beetje eng voelt dat, Zo lief, dat is Janneke niet gewend. Toch wil ze het liefst uren blijven liggen. Ze is nog wat op haar hoede. Beetje bangig vraagt ze zich af, doe ik het wel goed?
En wat vindt die therapeut van me, die immers alles weet en voelt.  Tenminste dat denkt ze. Janneke stopt ermee om hierover te piekeren.

Alles hoort weer bij elkaar
Ze is nog steeds hartstikke moe en dat wordt niet minder, eerder meer. En toch komt er geruststelling, zelfs een sprankje hoop dat het toch nog goed komt.
He, die hoofdpijn die ik had is er niet meer. Dat is fijn. Als ze weer opstaat voelt ze zich helemaal dizzy. Zittend op de haptobank met haar voeten bungelend aan een kant krijgt ze alle tijd om bij te komen. De vrouw wacht tot Janneke begint te vertellen. Als ze nog napraten over dit avontuur zit Janneke heel anders in de stoel dan toen ze binnenkwam. Alles hoort weer bijelkaar. Straks gaat Janneke nog net zo sierlijk lopen als die vrouwen uit Afrika. Janneke gaat nog vaker naar de therapeut totdat ze voelt dat het zo goed is. En ook genoeg is. En vooral dat Janneke zelf goed is zoals ze is. Janneke vertelt tegen haar vriendinnetje Josje die zo vreselijk hard werkt en oh zo moe is, ga ook eens naar een haptotherapeut. Je leert jezelf steeds ruimer en zachter te voelen. Dan zit jij net als ik straks weer lekker in je lijf.

boos mooier dan een roos

Een kaartje met deze tekst van collega Anneke vond ik in mijn brievenbus een dag na een studieblok haptotherapie waarin ik flink worstelde met boos en braaf. Wat voel ik me gezien door haar, ik krijg er nu nog een warm gevoel van. 
De gebruiksaanwijzing van boos heb ik me relatief laat eigen gemaakt.
Jeetje, wat heeft het vermogen om op een gezonde manier boos te zijn me bakken energie gegeven. Lang gedroeg ik me als een volgzaam persoon, onbewust aangestuurd door het bange brave meisje dat in mijn binnenwereld flink wat plaats in nam. Was ik nog trots op ook; ‘ik doe niet zo moeilijk’. 
In de buitenwereld noemde ze me slagvaardig, doelgericht en enthousiast.
Dat klopt ook wel. Maar er blijft kwetsbaarheid onder de mat door vooral zo aardig mogelijk te zijn. Je kunt dit zien als een onbewust patroon dat veelal in de kindertijd is ontstaan. Vanuit de vele verhalen die ik in mijn praktijk heb gehoord ben ik niet in de enige die hiermee worstelt. Sinds ik het hoofdstuk boos in mijn eigen boek van a tot z gelezen heb, kunnen mensen met vragen over zelfzorg, begrenzing, confrontatie, assertiviteit en verslavende relaties prima bij me terecht. Dit levert spannende en vooral vrolijke ontmoetingen op. 

Lijfelijke uiting van onderdrukte woede 

Voorbeelden van lichaamstaal over boosheid zijn er genoeg. Allemaal boodschappen die helpen om opgekropte energie in beweging te brengen. Bijvoorbeeld; spanning in de borst, strakke kaken, gebalde vuisten of een harde stem. Ik kan flink herrie maken in de keuken als ik boos ben en die boosheid nog niet naar buiten heb gebracht. Non-verbaal spreek ik dan boekdelen. Emotioneel kun je irritatie bijvoorbeeld merken aan een kort lontje, gauw op de teentjes getrapt zijn, plotseling uit de slof schieten, op hoge poten aankomen, kwaad bloed zetten of jezelf opvreten. Je wordt er misselijk van en moet zelfs gal spugen. Veel mensen zijn bang van hun eigen emoties en gevoelens. Liever een gevulde koek of een nieuwe trui dan van binnen voelen en narigheid toelaten totdat het klaar is. Onderdrukte woede vraagt vroeg of laat aandacht. Je krijgt last van klachten als hoofdpijn, maagklachten, hoge bloeddruk of erger.

Wat hoort en wat hoort niet

Welke emoties zijn wel of niet okay voor jou? Van huis uit krijgen we ongeschreven regels mee. Ik vind het ook niet ‘ladylike’ om iemand luidruchtig de mantel uit te vegen. Op sommige emoties rust een taboe. Je eenzaam voelen op een bruiloft? Mag dat wel? Opgelucht zijn als je moeder vertrekt. Mag dat wel? Zijn stropdassen kortwieken als overspel blijkt. Mag dat wel? 
Of nog enger, buiten de lijntjes van de familie kleuren door eens flink uit te vallen of iemand glashelder de wacht aan te zeggen. Houden ze dan nog wel van je? Soms zitten die regels zo diep dat je niet eens voelt dat je hartstikke boos bent. Vrouwen zijn sowieso vertrouwder met verdriet. Een potje huilen ligt daardoor meer voor de hand dan een potje knokken. Ik vind het zeer betamelijk om stante pede op te treden als iemand jouw keus of grens niet respecteert.

Als ik aardig ben houden ze van mij

Is dat waar? Je bent een kei in flexibel meebewegen. Misschien wel als een kameleon. Ze noemen je aardig en tot je verrassing ook wel eens een kattenkop. 
Terwijl je meent aardig te zijn naar jan en alleman. Je blijft ogenschijnlijk vriendelijk en denkt ‘toe maar’, ‘laat maar’ of ‘iemand moet de verstandigste zijn’. Elke keer komt er een streepje in je buik. Zo kun je dat voorstellen. Het vijfde streepje als een dwarsbalk. Zo verzamel je een hele partij blokjes in je buik die danig in de weg kunnen zitten. Meestal komt die ‘bozeblokkenpartij’ er in één keer uit. Bij de verkeerde persoon, op het verkeerde moment en de verkeerde plaats. Niet echt handig dus. Wat zou het makkelijk zijn als je bij het eerste streepje kon zeggen; ‘ho effe, zo zijn we niet getrouwd’ of een zinnetje dat jou past. Boze blokjes sparen is voorbij en autonomie komt in de plaats. 

Angst voor confrontatie

Wat komt dat vaak voor. Mogelijk een gedragspatroon gekenmerkt door machteloosheid. Ik stak liever een sigaret op om ‘bang voor boos’ weg te stoppen dan dat ik een vuist maakte en confronteerde waar nodig om mezelf te beschermen. Roddelen is een ander hulpmiddel om boosheid niet te hoeven adresseren waar het thuis hoort. Het goede nieuws is dat de boosheid dan niet meer onbewust onder de mat blijft. Je krijgt weet van please-gedrag en je voelt aan je water ‘dit kan ik niet langer over mijn kant laten gaan’. Hoppatee, eropaf en glasheldere grenzen stellen waar en wanneer nodig vanuit zelfzorg. Niks inslikken of wegdrukken. Meteen zeggen wat je te zeggen hebt. Afscheid nemen van slachtoffergedrag. Zo kon ik heel zielig kijken, niets zeggen en wel heel diep en hoorbaar zuchten. Dat heb ik achter me gelaten. Wat een opluchting voor mij en mijn omgeving en wat een bijdrage aan mijn vitaliteit.

Onder boosheid ligt verdriet
Als je boosheid voelt opkomen kun je bij jezelf nagaan in hoeverre er sprake is van een ‘vers’ gevoel of dat de situatie een boodschap van vroeger op je bord legt. Een actuele situatie kan oud zeer triggeren en boosheid oproepen die uit de maat lijkt. Kennelijk word je geraakt in eerdere pijn van bijvoorbeeld buitengesloten worden, niet serieus genomen worden of niet voor vol worden aangezien. Pijn die toen te groot voor je was, je was als kind machteloos in de situatie. Nu als volwassene heb je wel mogelijkheden, kun je deze pijn wel in perspectief plaatsen en je over de nog niet helemaal geheelde kwetsuren ontfermen.

Onverbloemd zeggen wat je te zeggen hebt

Wat knap je daarvan op. Je getuigt van zelfrespect door iemand de waarheid te zeggen. Te melden wat je op je lever hebt. Je leert persisteren. Zoals peuters geweldig kunnen. Niet een keer nee zeggen en dan toe maar. Nee, nee en nog eens nee, ik wil het echt niet. Je kent vast het gezegde; ik ben twee en ik zeg nee. 
Zo heerlijk, onbevangen recht voor z’n raap; nee. Stel je eens in gedachten voor, zonder het feitelijk te doen, wat jouw voorkeursneiging is van boosheid uiten. 
Neig je naar vloeken, stampen, tieren, smijten, stampvoeten, briesen of schreeuwen? Welke uitingsvorm ben ik nog vergeten? Wordt het zwart voor je ogen, ga je als een razende tekeer of heb jij in gedachten een andere stijl.

Maak ik er wel of niet een punt van?

Hier komt gezond verstand om de hoek kijken. Je maakt een bewuste keuze. Is dit voorval of het contact met deze persoon voor mij de moeite waard om er een punt van te maken. Zo nee, vind jezelf de moeite waard en laat het gebeuren helemaal los. 
Kies je om je onvrede wél aan te kaarten verzamel dan moed om openlijk je punt te maken, zonder jezelf de ander of spullen geweld aan te doen. Als je je gevoel en behoeften deelt toon je eigenwaarde en draag je oprecht bij aan liefdevolle verbinding.

Voelen wat er te voelen valt

Mijn ervaring is dat hoe minder bang je bent voor boos en hoe meer boosheid als een gezonde uiting van zelfrespect er mag zijn, hoe minder irritatie uitmondt in woede, laat staan in razernij.  De koe wordt immers meteen bij de hoorns gevat. Naarmate je verfijnder voelt en helder onderscheid weet te maken tussen bang, boos, blij en bedroefd en daar uiting aangeeft, win je aan weerbaarheid en veerkracht. Als je in klare taal uitkomt voor je boosheid creëer je ruimte voor echt liefdevol contact. Om te beginnen met jezelf. Je neemt je gevoelens en behoeften serieus en brengt deze in positieve zin in beweging.
Je neemt ook de relatie serieus door je eigen aandeel te benoemen en in contact te blijven. Je houdt er een krachtig en levenslustig gevoel aan over.

relatie als ontdekkingsreis


‘It takes two to tango’
Bij tango komt de beweging vanuit de voeten en draait om hartsverbinding; ingetogen en vol expressie. Een dialoog afgestemd op jezelf en elkaar. Als je je hart volgt, volgt je lijf als vanzelf. Je kunt leidend dansen door duidelijk present te zijn, contact te maken, richting te geven en ruimte te bieden voor de inbreng van je danspartner. Je kunt ook volgend dansen door je vol overgave en verbinding helemaal toe te vertrouwen aan je danspartner. Ook hier geldt, te veel van het goede (leiden of volgen) bevalt meestal niet. Aftastend naar elkaar komt er als vanzelf een vloeiend en wederkerig volgend & leidend dansen met elkaar. Hoe heerlijk voelt dat?

Waar ligt jouw neiging? Wat heeft jouw voorkeur? Zorg je voor mezelf of voor de ander? Te veel, te weinig of precies goed? |Of gaat het vanzelf? Allemaal vragen die ook spelen bij de liefdesdans in relaties.

Affectief contact is de basis van een liefdesrelatie
Een liefdesrelatie is gebaseerd op affectief contact. Relatieproblemen zijn vaak het gevolg van verstoorde affectieve communicatie. Langdurige stagnatie van de affectieve stroom leidt vroeg of laat tot relatieproblemen. Deze verstoring ontstaat vaak geleidelijk en ongemerkt. Zonder bewustwording en onderzoek wordt de verwijdering helaas steeds groter. Bekende haptonomie-onderwerpen spelen daarbij een rol; afstand en nabijheid, verbinding en isolement, harmonie en conflict, controle en overgave, geven en nemen, etc.
Je kunt door zelfreflectie meer bewust worden van je eigen patronen.
In de liefdesrelatie wordt vooral het spanningsveld gevoeld tussen autonomie en verbondenheid.
De voorbije persoonlijke geschiedenis, vooral van ieders gevoelsleven, wordt als een soort ‘stille kennis’ meegedragen. Nog niet helemaal geheelde kwetsuren uit de kindertijd beïnvloeden onbewust het heden totdat deze een stevig litteken hebben. Via relaties krijg je inzicht in deze hechtingspatronen uit het verleden, die juist via de spiegel van je partner aan het licht komen.
De liefdesrelatie zie ik dan ook als de ultieme plek om aan en van elkaar te leren, te schaven, te slijpen en zo met je natuurlijke eigenheid tot groei en bloei te komen.

Relatiepatronen in beweging brengen
De ander willen veranderen is een neiging die we allemaal wel kennen, ik tenminste wel. Dit werkt echter echt niet! Er is geen sprake van moeten, we hebben geen verplichtingen ten opzichte van elkaar. Je raakt door te duwen of door terugtrekking uiteindelijk jezelf en de ander kwijt. Stop met verbeterplannen over en weer. ‘De hand in eigen boezem steken’, geeft uiteindelijk liefdevolle ruimte aan allebei. Je eigen waarheid kunnen, durven en mogen uitleven -in contact met de ander- getuigt van ware liefde.

De eerste stap is dan ook inzicht krijgen in je eigen routinematige overlevingspatronen. Dit is het begin van bevrijding van destructieve patronen, die voortdurend de relatie beïnvloeden.
De tweede stap is besef, ofwel lijfelijk en emotioneel doorvoelen wat er te voelen valt. Wat vertelt je lijf, welke signalen pik je op bij jullie onderlinge non-verbale communicatie?
Tot slot ga je steeds vaker waarneembaar ander gewenst gedrag opmerken, bij jezelf en bij de ander. Er komt meer gelijkwaardigheid, samenzijn vanuit eigenheid.

Verbeter je relatie, begin bij jezelf
‘To love oneself is the beginning of a longlife romance’ Oscar Wild
Zelfliefde is de beste basis voor gezonde relaties en vraagt het volgende:

  • Goed voor jezelf zorgen; voor je eigen gemoedsrust, gezondheid en ontwikkeling.
  • Jezelf respectvol bejegenen en je intuïtief gevoel serieus nemen.
  • Je neemt afscheid van please-gedrag en veroordelende (zelf-)afwijzing.
  • Je blijft trouw aan je eigen behoeften en stelt daartoe tijdig en glashelder grenzen.

Als zelfliefde vanzelfsprekend is komt er ruimte voor gelijkwaardig contact. Voor gerichtheid op elkaar en betrokkenheid naar elkaar, voor open communicatie en liefdevol intiem samenzijn. Ik noem dat vrijheid in verbinding. Twee bewegingen die om een dynamisch evenwicht vragen. Te veel vrijheid leidt tot verwijdering. Te veel verbinding kan claimend en benauwend worden. Angst voor verstikking en binding en/of angst voor afwijzing en verlating blijken centrale thema’s. Dit vraagt van beide partners dat ze zich openstellen voor contact. En ook dat ze de betrokkenheid tonen om er voluit voor de ander te zijn.

Je wordt (tijdens de haptotherapie) aangesproken om bewust stil te staan bij je gevoelens en behoeften en deze als dat jou past openlijk te delen. Het perspectief is dat er ruimte komt voor begrip voor elkaar. Voor groei van de wederzijdse vertrouwensbasis. Voor een levendige liefdesband met jezelf en elkaar. Voor lust om elkaar lief te hebben.

Op eigen ervaring gebaseerd
Bovenstaande heb ik met veel vallen en opstaan geleerd. Drie mannen hielden me een stevige spiegel voor, op stap naar een goede relatie, waarvoor ik hen met terugwerkende kracht dankbaar ben. Vanaf mijn 16de had ik een relatie van 20 jaar, daarna een relatie van bijna 10 jaar en sinds mijn 47ste ben ik 19 jaar samen met mijn huidige geliefde. Ik leerde dat mijn relatie er niet is om me gelukkig te maken. Dat zorgt juist voor teleurstelling. Relaties zijn vooral helpend op weg naar bewustzijn en bevrijding van destructieve patronen. Je gaat van een ik naar een wij-context zonder jezelf op te offeren. Relatie-ervaring genoeg om de lessen die ik leerde en waar ik nu de vruchten van pluk door te geven aan anderen. Dit betekent niet dat ik nu geen relatie-perikelen meer ken. Wel dat ik deze veel sneller onderken en in plaats van hem achter het behang te plakken bij mezelf te rade ga. Bewust van feiten en beleving, bewust van gevoelens, bewust van behoeften en uitnodigend naar mezelf en de ander om voor mijn behoeften te zorgen.
Dit laatste is de koninklijke versie. In de praktijk gaat dit bewustwordingsproces meer via omwegen. Steeds trouw aan mijn missie: ‘vrijheid in verbinding’.