Skip to content

Posts from the ‘verdriet’ Category

verdriet is nooit een eindstation

Dit is de titel van een boek van Jaane Krook in gesprek met psychiater en danstherapeut Charlotte Querido. Deze titel gebruik ik vaak in mijn praktijk. Vooral als mensen bang zijn dat als ze eenmaal hun verdriet toelaten het dan bij wijze van spreke nooit meer ophoudt.

Verdriet gaat over door verdrietig te zijn.
Als er verdriet is, is er verdriet. Groot verdriet, klein verdriet, het telt allemaal mee. Waaromvragen blokkeren de natuurlijke stroom. Je hoeft echt niet meteen te weten waarom je huilt. Je voelt verdriet en dat is wat het is. Tranen helpen smelten en verzachten. Huilen is zeker niet hetzelfde als zwakte of zelfmedelijden. Het mooie is dat verdriet over gaat door verdrietig te zijn. Juist het tegenhouden van opkomende tranen kan extra last bezorgen. Je voelt je dan letterlijk terneergedrukt.

Oud zeer
Als er sprake is van oud zeer is het hoopvol te weten dat je nu wél de mogelijkheid hebt om je tranen liefdevol te ontvangen. Als volwassene kun je je ontfermen over kwets-uren uit het verleden. De feitelijke pijnlijke situatie ligt achter je. Dit oud zeer erkennen en serieus nemen is genoeg, je hoeft dit zeker niet opnieuw te beleven. Toen was er geen ruimte voor verdriet. Nu mag stromen wat zich als vanzelf aandient. Het vraagt moed om je kwetsbaarheid te uiten en te delen. Misschien ben je graag alleen met je verdriet of wil je mensen kiezen om het mee te delen. Liefst iemand die aandachtig luistert, je geborgenheid biedt en affectief bevestigt. Je voelt dan dat je er helemaal mag zijn zoals je bent.

De Regen

Hij komt wanneer hij komen moet, de regen

Geen bui, wat heet, geen druppel hou je tegen

Hij valt, hij mot, hij klettert neer in overvloed

Er valt geen druppel meer of minder dan er vallen moet“.

Toon Hermans

Verdriet toelaten, hoe doe je dat?
Veel mensen zijn niet gewend om verdriet toe te laten, terwijl dat echt helpt.
Niet iedereen heeft de ‘gebruiksaanwijzing’ van verdriet geleerd. In veel gezinnen was daar – zeker een of meer generaties geleden – geen ruimte voor. Een aai over je bol of veilig uitsnikken tot het klaar is op een zachte schoot was er toen niet bij en je hoorde wel; ‘Stel je niet aan, het valt toch wel mee’. Of ‘Daar hebben we jantje lacht en jantje huilt weer’. Of ‘Moet je hierom huilen? Kom op, flink zijn’. Door zo’n jeugdervaring praten mensen helaas negatief over zichzelf als ze verdriet voelen; ‘Zit ik weer te janken’. Je verdringt je pijn en klemt nog liever je kaken strak op elkaar dan dat iemand ziet dat je verdriet voelt. Flink zijn, even flink zijn; daar ben je goed in geworden. Als je een gevoel verdringt dan gaat het vastzitten, de gevoelsbeweging gaat eruit. Wat je wél voelt als je goed naar je lijf luistert wordt vaak benoemd als: ‘ik voel een brok in mijn keel’, ‘het is alsof er een steen op mijn maag ligt’ of ‘ik heb een muurtje om mijn hart’.

Verzachting en opluchting
Als er verdriet is geef het als het effe kan de ruimte. Dit geldt natuurlijk voor mannen en vrouwen. Letterlijk stil staan bij je lichaam en bewust de signalen die je lijf je geeft oppikken. Juist het niet-doen, het stil (samen-)zijn of een tedere aanraking brengt natuurlijke stroming op gang. Je kunt als je je veilig voelt je hart luchten. ‘Ge macht grust schreuwe’; zo kreeg ik in mijn Brabantse moedertaal warme instemming om mijn tranen de vrije loop te laten. Om tot slot een diepe zucht van opluchting te slaken. Door verdriet te laten stromen komt er verzachting in plaats van verkramping. De tranen zorgen ervoor dat innerlijke kou kan smelten. De eens zo kwetsbare innerlijke wond heelt zoetjesaan. Het blijvende litteken hoort voortaan bij je eigenheid.